Saturatiemeter
Een pulsoximeter bepaalt de SpO2 en de polsfrequentie door twee golflengtes van een licht met lage intensiteit, een rode en een infrarode, door het lichaamsweefsel naar een fotodetector te sturen. Tijdens de meting is de signaalsterkte, afkomstig van elke lichtbron, afhankelijk van de kleur en de dikte van het lichaamsweefsel, de plaats van de sensor, de intensiteit van de lichtbronnen en de absorptie van het arteriële en veneuze bloed (inclusief de tijdsvariabele effecten van de polsfrequentie) in de lichaamsweefsels.
Een pulsoximeter verwerkt deze signalen, waarbij de parameters die niet beïnvloed worden door de tijd (weefseldikte, huidskleur, lichtintensiteit en veneus bloed) gescheiden worden van de parameters die wel beïnvloed worden door de tijd (arterieel volume en SpO2) om de polsfrequentie te meten en de zuurstofsaturatie te berekenen. Berekening van de zuurstofsaturatie kan worden uitgevoerd, omdat met zuurstof gesatureerd bloed uiteraard minder rood licht absorbeert dan zuurstofarm bloed.